Historie Schuurman & Jordens
Periode Luttenberg: 1841-1950
Het raadplegen van een wet of andere regeling was voor de 19e-eeuwse jurist niet eenvoudig. De bronnen waren nauwelijks toegankelijk; bovendien had het Staatsblad het nadeel veel te omvangrijk en te kostbaar te zijn. Een advocaat kocht het Staatsblad gewoonlijk niet.
De eerste wettenverzameling die verandering in deze situatie moest brengen was de "Chronologische Verzameling der wetten en besluiten" van Luttenberg. Deze uitgave werd in 1839 reeds aangekondigd en kwam (ook toen al gewoonte?) voor het eerst pas in 1841 uit. Luttenberg zette met zijn "verzameling" het werk van C.J. Fortuijn en J. van de Poll voort, die ieder een verzameling geldende wetten hadden doen uitgeven.
Schuurman komt op
Na het overlijden in 1848 van Luttenberg wordt het werk aan de "verzameling" voortgezet door L.N. Schuurman, evenals Luttenberg secretaris van de gemeente Zwolle. Naar verluidt is het idee voor de "Chronologische Verzameling" zelfs afkomstig van Schuurman, het idee werd echter door zijn toenmalige meerdere in functie Luttenberg ten uitvoer gebracht.
Onder leiding van Schuurman werd de "verzameling" nieuw leven in geblazen, er verschenen al snel drie of vier afleveringen per jaar. Vol trots meldde Tjeenk Willink in zijn reclame-uitingen dat "Z.M. den Koning (Willem III) de uitgave in zijn particuliere bibliotheek had en dat de minister J.R. Thorbecke het werk, voor hem van dagelijks nut, zeer waardeerde".
Samenwerking L.N. Schuurman & P.H. Jordens
Via de boekhandels in en buiten Nederland werden vele exemplaren verkocht, vooral middels intekeningen. Omdat ook in die tijd wetten aan verandering onderhevig waren volgden vele nieuwe drukken elkaar op. Tot 1950 werd de Luttenberg nog uitgegeven.
De belangrijkste bewerkers waren, naast een keur aan nu historische namen, steeds L.N. Schuurman en P.H. Jordens. In 1851 verschenen van de hand van Schuurman van verschillende wetten ‘zakuitgaven’. Aanvankelijk werden deze aangekondigd als overdrukken uit de Luttenberg. Na de tekst van de wet volgden uittreksels van kamerstukken, overige relevante wetgeving, memories en enige kanttekeningen. Een alfabetisch register completeerde het geheel. De prijs per wet was slechts een kwartje.
1863: editie Schuurman & Jordens ontstaat
In 1863 kregen de door Schuurman uitgebrachte wetten de serienaam "Nederlandse Staatswetten, editie Schuurman & Jordens", een naam die tot ver in de 20e eeuw de kaft sierde. Ondertussen is deze naam aangepast en heet de uitgave "Nederlandse Wetgeving, editie Schuurman & Jordens". Het grootste deel van de geproduceerde wetboeken werd (ook toen al) in abonnement verkocht. Met name de praktische bruikbaarheid vanwege de registers, de opgenomen parlementaire geschiedenis, de korte aantekeningen en het handzame zakformaat werden geprezen.
Een meer volledige geschiedenis van de Schuurman & Jordens treft u o.a. aan in de uitgave "W.E.J. Tjeenk Willink 1838-1988; 150 jaar uitgever van juridische boeken en tijdschriften". Uiteraard vindt u daar ook de historie van de uitgeverij. Een deel van de informatie en teksten is aan genoemde uitgave ontleend.