Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Schuurman & Jordens 132; Algemene Kinderbijslagwet; wet van 26 april 1962, Stb. 160, naar de tekst geplaatst in Stb. 128 van 15 maart 1990, houdende wettelijke regelen inzake een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte kinderbijslagverzekerin

Auteurs: Nieuwenhuysen

Jongbloed prijs: ca. € 47,37
Uitverkocht Dit boek is uitverkocht

Boek | Ingenaaid | 312 bladzijden | Nederlands
W.E.J. Tjeenk Willink | 11e editie | Verschijnt in 1993
ISBN-13: 9789027136244 | ISBN-10: 9027136246 | PDF Inhoudsopgave



Nieuwe editie

Er is van dit boek een recentere editie bekend.


Samenvatting

Dit deel bevat de Algemene Kinderbijslagwet met aantekeningen, jurisprudentie en uitvoeringsbesluiten.

Serie


Rubriek / NUR

Arbeids- & Sociaal recht

Aankomende cursussen omtrent Arbeids- & Sociaal recht:
Datum Titel
09 Feb VSO Fundamenten arbeidsrecht* 0 0 0 0
14 Feb Specialisatieopleiding Arbeidsrecht (leergang 3) 50 0 0 0
02 Apr Actualiteitenmiddag Werkkostenregeling: alle ins en outs over deze regeling 0 0 0 0
03 Apr Masterclass Sociaal Zekerheidsrecht 4 0 0 0
12 Apr Masterclass Procederen in arbeidszaken 8 0 0 0

Juridische kalender

Trefwoorden

Er zijn (nog) geen trefwoorden opgenomen voor dit boek

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • Algemene Kinderbijslagwet
  • Beleggingsvoorschriften sociale verzekeringsfondsen
  • Besluit begripsomschrijving prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie
  • Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 (KB 164)
  • Financieringsbesluit kinderbijslag
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
05-08-2011 BR4268 Export van uitkeringen. Weigering kinderbijslag ten behoeve van in Westelijke Sahara wonend kind. Geen sprake van herhaalde aanvraag. De Westelijke Sahara is door Marokko geannexeerd en deze annexatie heeft volkenrechtelijk geen betekenis. De verdragen met Marokko zijn alleen van toepassing op het territorium van die staat en niet op enig door Marokko geannexeerd gebied als de Westelijke Sahara. De Staat heeft met de voorwaarde zoals neergelegd in artikel 7b van de AKW, inhoudende dat voor een in het buitenland wonend kind slechts dan kinderbijslag wordt toegekend indien dit kind woont in een land waarmee een handhavingsverdrag is gesloten, geen ontoelaatbaar onderscheid naar woonplaats gemaakt, getoetst aan artikel 14 van het EVRM in samenhang met artikel 1 van het EP. Beleid inzake export uitkeringen naar land waarmee nog geen verdrag is gesloten, is op consistente wijze toegepast. Gezien de ruime ?margin of appreciation? kan niet gesteld worden dat de Nederlandse Staat gehouden was en is alsnog het sluiten van een verdrag met een aantal landen te bevorderen, dan wel te handelen alsof er wel een verdrag is gesloten. In het licht van de doelstelling van de Wet BEU is hierbij niet van doorslaggevend belang dat slechts een relatief gering aantal (potentieel) gerechtigden getroffen wordt door de effecten van de Wet BEU. Voor de AOW en de ANW geldt een Pardonregeling, die niet voor de AKW geldt. Geen sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Geen sprake van schending van het eigendomsrecht (ex art. 1 EP). Beroep op arrest EHRM in de zaak Asmundsson slaagt niet. Het invoeren van de Wet BEU is niet gericht op bezuinigingen, maar op de controle van de rechtmatigheid van uitkeringen. Van de afwenteling door de Staat van een last op een beperkt aantal getroffenen is dan ook in het geheel geen sprake. Voorbehoud gemaakt bij art. 26 IVRK. Geen rechtstreekse werking op art. 27 lid 3 IVRK.
05-08-2011 BR4318 Export van uitkeringen. Weigering kinderbijslag ten behoeve van de dochter in China. Wet BEU. Geen ontoelaatbaar onderscheid naar woonplaats. Geen sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen (AOW- en Anw-gerechtigden) De Staat heeft met de voorwaarde zoals neergelegd in artikel 7b van de AKW, inhoudende dat voor een in het buitenland wonend kind slechts dan kinderbijslag wordt toegekend indien dit kind woont in een land waarmee een handhavingsverdrag is gesloten, geen ontoelaatbaar onderscheid naar woonplaats gemaakt, getoetst aan artikel 14 van het EVRM in samenhang met artikel 1 van het EP. Beleid inzake export uitkeringen naar land waarmee nog geen verdrag is gesloten, is op consistente wijze toegepast. Gezien de ruime ?margin of appreciation? kan niet gesteld worden dat de Nederlandse Staat gehouden was en is alsnog het sluiten van een verdrag met een aantal landen te bevorderen, dan wel te handelen alsof er wel een verdrag is gesloten. In het licht van de doelstelling van de Wet BEU is hierbij niet van doorslaggevend belang dat slechts een relatief gering aantal (potentieel) gerechtigden getroffen wordt door de effecten van de Wet BEU. Voor de AOW en de ANW geldt een Pardonregeling, die niet voor de AKW geldt. Geen sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Geen sprake van schending van het eigendomsrecht (ex art. 1 EP).Beroep op arrest EHRM in de zaak Asmundsson slaagt niet. Het invoeren van de Wet BEU is niet gericht op bezuinigingen, maar op de controle van de rechtmatigheid van uitkeringen. Van de afwenteling door de Staat van een last op een beperkt aantal getroffenen is dan ook in het geheel geen sprake. Geen schending art. 8 EVRM. Geen sprake van ondubbelzinnige toezeggingen. Gelijkheidsbeginsel niet geschonden.
21-07-2011 BR3304 Geen recht op kinderbijslag. Niet is gebleken dat eenvoudig controleerbare betalingen aan [B.] niet mogelijk waren. De Svb heeft terecht vastgesteld dat appellant niet heeft voldaan aan de voor hem geldende onderhoudsbijdrage.
15-07-2011 BR1905 Anders dan in eerdere rechtspraak (zie onder meer voornoemde uitspraak van 26 juni 2001) is de Raad echter thans van mening dat de gerechtvaardigdheid van de koppelingswetgeving zoals die gestalte heeft gekregen in artikel 6, tweede lid, van de AKW, niet opgaat voor ouders die met hun kind(eren) voor de overheid kenbaar al langere tijd in Nederland verblijven, waarvan in ieder geval een zekere tijd rechtmatig in de zin van artikel 8, onder f, g of h van de Vw, en inmiddels een zodanige band met Nederland hebben opgebouwd dat zij, mede met inachtneming van de arresten van de Hoge Raad van 21 januari 2011 (LJN BP1466) en 4 maart 2011 (LJN BP6285) geacht kunnen worden ingezetenen van Nederland te zijn. Voor ouders in deze omstandigheden die bovendien ten tijde in geding rechtmatig in Nederland verbleven, acht de Raad de in artikel 6, tweede lid, van de AKW neergelegde algemene uitsluiting van het recht op kinderbijslag op grond van hun verblijfsstatus geen evenredig middel om de doelstelling van de koppelingswetgeving te bereiken.
17-06-2011 BQ8686 In 2007 heeft de echtgenote gebruik gemaakt van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet welke eenmalig de gelegenheid bood ten overstaan van de Immigratie en Naturalisatiedienst de juiste identiteit van haarzelf en de beide kinderen aan te tonen. Herziening kinderbijslag. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat, wat er ook zij van de stelling van appellant dat hij niet op de hoogte was van de juiste geboortedata, het voor rekening en risico van appellant komt dat hij destijds bij de aanvraag om kinderbijslag onjuiste geboortedata heeft opgegeven.