Lexplicatie 1.3h-I; Burgerlijk Wetboek Boek 8: Verkeersmiddelen en vervoer (deel I)

Auteurs:
VisserJongbloed prijs:
€ 59,50
Dit boek is leverbaar en op voorraad
Boek | Ingenaaid | 790 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschenen in 2012
ISBN-13: 9789013098969 | ISBN-10: 9013098967 |
Inhoudsopgave


Samenvatting
Dit Lexplicatiedeel is gewijd aan het onderwerp verkeersmiddelen en vervoer, met heldere uitleg en aantekeningen over actuele wetswijzigingen en jurisprudentie.
Wegens de omvang is dit deel gesplitst in de delen 1.3h-I en 1.3h-II. Dit deel I bevat de onderdelen Algemene bepalingen en Zeerecht. Deel II bevat de onderdelen Binnenvaartrecht, Wegvervoersrecht, Luchtrecht, Vervoer over spoorwegen en Slotbepalingen.
Deel 1.3h behoort tot de reeks Lexplicatiedelen over het Burgerlijk Wetboek. Onder nummer 1.3 zijn alle boeken van het BW voorzien van actueel, compact en toegankelijk commentaar.
Serie
Rubriek / NUR
Privaatrecht
Aankomende cursussen omtrent Privaatrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Verzekeringsrecht, 4.210 Nederland, Aansprakelijkheid, Vervoerrecht
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 09-03-2012 | BV8198 | Art. 3:3 en art. 3:4 BW. Waterwoning (?Marina?) is een roerende zaak. Geen bestanddeel van een recreatiepark. |
| 17-02-2012 | BT8464 | Wegvervoer. Begrip ?aflevering? als bedoeld in art. 8:1095 BW. Aflevering moet berusten op wilsovereenstemming, in die zin dat vervoerder macht over vervoerde goed met instemming geadresseerde opgeeft en deze in gelegenheid stelt feitelijke macht over goed uit te oefenen. Aan de hand van inhoud vervoerovereenkomst en feitelijke omstandigheden van het geval moet worden vastgesteld of aflevering heeft plaatsgevonden. Begrijpelijk oordeel hof dat geen zodanige wilsovereenstemming bestond. Goederen kunnen krachtens andere overeenkomst onder vervoerder blijven berusten, zodat vervoerovereenkomst eindigt met ingang tijdstip inwerkingtreding van die andere overeenkomst. Kennelijk oordeel hof dat stellingen niet erop wijzen dat een dergelijke overeenkomst is gesloten, voldoende begrijpelijk. |
| 30-01-2012 | BV5172 | CONCLUSIE PG |
| 04-10-2011 | BU9058 | Aanvaring binnenschepen, eigen schuld zinken. |
| 21-09-2011 | BT2434 | Voor zover eiseressen met hun mededeling van 29 augustus 2011 via het roljournaal ? Zonder afstand te doen van hun recht getuigen te doen horen, wensen eiseressen op dit moment geen bewijs te leveren door het horen van getuigen ? bedoelden te bewerkstelligen dat hen een nadere termijn zou worden gegund om getuigen aan te zeggen, komt die mededeling zodanig effect niet toe. Eiseressen hadden, immers, vanaf (in ieder geval) 20 april 2011 tot en met 29 augustus 2011 de gelegenheid gehad getuigen aan te zeggen en verhinderdata voor het verhoor van die getuigen op te geven en hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Mede in het licht van het bepaalde in de artikelen 3:33 en 3:35 BW, welke artikelen ingevolge artikel 3:59 BW ook hier van toepassing zijn, komt aan de aangehaalde bewoordingen onder deze omstandigheden redelijkerwijs geen andere betekenis toe dan dat eiseressen in dit stadium van de procedure geen bewijs door getuigen zullen leveren. |