Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Lexplicatie 3.86a; Wet op de architectentitel

Auteurs: Groeneveld

Jongbloed prijs: € 39,50
Leverbaar Dit boek is leverbaar en op voorraad

Boek | Ingenaaid | 300 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschenen in 2011
ISBN-13: 9789013094718 | ISBN-10: 9013094716 | PDF Inhoudsopgave



Samenvatting

Architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect, interieurarchitect: de Wet op de architectentitel bepaalt aan welke eisen men moet voldoen om deze beroepstitels te mogen voeren.

Dit Lexplicatiedeel bevat de wet met de bijbehorende uitvoeringsregelgeving en de Europese Richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties.

De auteur geeft tekst en uitleg per artikel. Recente en toekomstige wetswijzigingen worden daarin helder
toegelicht.

Serie


Rubriek / NUR

Staats- & Bestuursrecht

Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Datum Titel
25 May Organische Europese Democratie 0 0 0 0

Juridische kalender

Trefwoorden

Er zijn (nog) geen trefwoorden opgenomen voor dit boek

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • Examenbesluit Wet op de architectentitel
  • Examenreglement voor het examen voor architecten
  • Examenreglement voor het examen voor interieurarchitecten
  • Examenreglement voor het examen voor stedenbouwkundigen
  • Examenreglement voor het examen voor tuin- en landschapsarchitecten
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
22-12-2010 BO8322 Bij besluit van 14 juli 2008 heeft de minister de op 3 mei 2007 gedateerde aanvraag van [appellante] om erkenning van beroepskwalificaties voor het beroep gezondheidszorgpsycholoog afgewezen.
04-11-2008 BG5632 Registratie huisarts in register voor huisartsen. Het bestreden besluit waarin verzoeker niet op grond van enige overgangsregeling alsnog voor registratie in het huisartsenregister in aanmerking komt, vormt een onevenredige aantasting van zijn rechten. Daarbij heeft de rechter in aanmerking genomen dat verzoeker niet sedert 1971 ? ook niet bij de inwerkingtreding van de wet BIG ? door verweerder (of diens voorgangers) actief in de gelegenheid is gesteld om van een overgangsregeling gebruik te maken.