Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Lexplicatie 3.55f-II; Bijzondere wetgeving milieu-eisen aan inrichtingen

Auteurs: Janssen

Jongbloed prijs: € 59,50
Leverbaar Dit boek is leverbaar en op voorraad

Boek | Ingenaaid | 642 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 2e editie | Verschenen in 2011
ISBN-13: 9789013087895 | ISBN-10: 9013087892 | PDF Inhoudsopgave



Samenvatting

Aan welke milieu-eisen moeten 'inrichtingen' in de zin van de Wet milieubeheer voldoen? Deze vraag staat centraal in de Lexplicatiedelen 3.55f-I en -II.

Deel 3.55f-I behandelt de algemene eisen aan inrichtingen. In het onderhavige deel zijn de overige besluiten, regelingen en circulaires opgenomen. Het gaat om onderwerpen zoals eisen aan specifieke inrichtingen zoals agrarische bedrijven, emissie-eisen en grenswaarden aan luchtemissies.

Dit Lexplicatiedeel maakt deel uit van de 3.55 miniserie. De Wet milieubeheer staat centraal in deel 3.55a en de overige delen betreffen themaÂ’s op het gebied van de Wet milieubeheer.

De auteur heeft de regelgeving van verhelderend commentaar voorzien, zowel op regeling- als op artikelniveau.

Serie


Rubriek / NUR

Staats- & Bestuursrecht

Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Datum Titel
25 mei Organische Europese Democratie 0 0 0 0

Juridische kalender

Trefwoorden

De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Bestuursrecht, Milieuregelgeving, 4.210 Nederland, Milieu, Staatsrecht, Milieuwetten

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer
  • Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
  • Besluit emissie-eisen titaandioxide-inrichtingen
  • Besluit externe veiligheid buisleidingen
  • Besluit externe veiligheid inrichtingen
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
18-04-2012 BW3050 Besluit waarbij het college geweigerd heeft een aantal voorschriften te wijzigen die zijn verbonden aan de revisievergunning als bedoeld in art. 8.4, lid 3 van de Wm voor een inrichting voor het vervaardigen van producten voor vloeren, daken, wegenbouw en industrie. Het dagelijks bestuur heeft het verzoek van vergunninghouder om wijziging van een voorschrift afgewezen omdat inwilliging van dat verzoek er toe zou leiden dat de grondslag van de aanvraag voor de revisievergunning wordt verlaten. De Afdeling overweegt dat volgens haar vaste jurisprudentie, onder meer neergelegd in de uitspraak van 2 juni 2004, in zaak nr. 200306586/1 (LJN: AP0406), een vergunning verleend krachtens de Wet milieubeheer niet met toepassing van art. 8.24, lid 1 van de Wet milieubeheer zodanig kan worden gewijzigd, dat daarmee de grondslag van de aanvraag om die vergunning wordt verlaten. Voor een dergelijke verandering dient een veranderings- of revisievergunning te worden verleend. De Afdeling overweegt verder dat art. 8.24 van de Wet milieubeheer in het algemeen grondslag biedt voor een versoepeling van een milieunorm die is vastgelegd in de voorschriften van de vergunning of in de aanvraag om die vergunning. De wijziging van voorschrift 3.3.1, die strekt tot een verruiming van de geurcontour, brengt op zichzelf geen uitbreiding of verandering van de vergunde activiteiten met zich. Met de wijziging van dit voorschrift ontstaat evenmin een andere inrichting dan destijds is aangevraagd. Het enkele feit dat de in de aanvraag of het vergunningvoorschrift vastgelegde geurcontour wordt verruimd, betekent niet dat de grondslag van de aanvraag of van de vergunning wordt verlaten. Anders dan waar het dagelijks bestuur van uitgaat, is de omvang van de geuremissie en in verband daarmee het aantal gehinderden, niet van belang bij de beantwoording van de vraag of de grondslag van de in 2007 verleende vergunning of de aanvraag daarvan wordt verlaten, maar alleen bij de milieuhygiënische beoordeling van het verzoek om wijziging. Het bestreden besluit, voor daarbij het verzoek om wijziging van een voorschrift is afgewezen, is in strijd met art. 3:46 Awb dat bepaalt dat een besluit berust op een deugdelijke motivering.
14-03-2012 BV8757 Bij besluit van 28 september 2010 heeft het college aan [vergunninghoudster] krachtens artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer vergunning verleend voor het veranderen en in werking hebben van een varkenshouderij aan de [locatie] te Alphen. Dit besluit is op 9 oktober 2010 ter inzage gelegd.
13-03-2012 BV7534 Handhaving. Verweerder heeft eiser gelast om binnen twee maanden een overtreding te beëindigen en beëindigd te houden door de vaste mest op het perceel te verwijderen dan wel om deze conform het voorschrift 2.2.1 van de bijlage bij het Besluit landbouw milieubeheer op te slaan, op straffe van een dwangsom. Rechtbank is van oordeel dat sprake is van de overtreding. Verweerder bevoegd om ter zake handhavend op te treden. Verweerder heeft op goede gronden de last onder dwangsom heeft kunnen opleggen.
08-03-2012 BV8327 Internationaal transport van afvalstoffen. Normen die de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu hanteert bij het beoordelen van partijen papierafval tot het moment dat er op Europees niveau normen zijn overeengekomen. De kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of het gedaagde vrij staat om de grenswaarden jegens eiseressen te hanteren als criteria waaraan eiseressen moeten voldoen bij hun transporten van oud papier en karton. De vorderingen zien enerzijds op het handelen van de Inspectie bij de bestuursrechtelijke handhaving van de EVOA, anderzijds op het handelen van het Openbaar Ministerie bij het onderzoek naar overtreding van het bepaalde in de artikelen 2 lid 35 EVOA jo. 10.60 lid 2 Wet milieubeheer en de artikelen 1a en 2 WED. Voorshands moet worden geoordeeld dat de Inspectie met het vaststellen en het hanteren van de door haar opgestelde grenswaarden haar bevoegdheid om door middel van beleid haar taken in te vullen, overschrijdt. Ook met het hanteren van die grenswaarden in het kader van een rechtshulpverzoek wordt de beleidsvrijheid van gedaagde onmiskenbaar overschreden.
29-02-2012 BV7286 Bij besluit van 17 december 2009, kenmerk B09.000873, heeft de raad het bestemmingsplan "Ellerveld (8030)" vastgesteld.