Lexplicatie 3.27b; Vreemdelingenbesluit 2000 e.a.

Auteurs:
RaukemaJongbloed prijs:
€ 69,50
Dit boek is leverbaar en op voorraad
Boek | Ingenaaid | 743 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 2e editie | Verschenen in 2009
ISBN-13: 9789013068146 | ISBN-10: 9013068146 |
Inhoudsopgave


Samenvatting
Dit Lexplicatiedeel bevat het Vreemdelingenbesluit 2000, het Reglement regime in grenslogies en het Besluit videoconferentie. Deze koninklijke besluiten zijn van belang voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000. De regels over grensbewaking en toezicht, de toegang, de toelating en de uitzetting van vreemdelingen zijn hierin nader uitgewerkt.
In combinatie met deel 3.27a en deel 3.27c verschaft dit deel een compleet overzicht van de Nederlandse regelgeving op het gebied van het vreemdelingenrecht, met een schat aan informatie over context, totstandkomingsgeschiedenis en jurisprudentie.
Serie
Rubriek / NUR
Staats- & Bestuursrecht
Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Vreemdelingenrecht
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 23-03-2012 | BW0574 | Anders dan de minister betoogt, kan louter uit de tekst van de brief, zoals hiervoor in 2.2.1 weergegeven, niet worden afgeleid dat een vreemdeling alleen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vanwege schrijnendheid kan worden verleend indien zich meer dan één in de brief opgesomde bijkomende klemmende redenen van humanitaire aard voordoen of zich een combinatie voordoet van één opgesomde bijkomende klemmende reden van humanitaire aard en één of meer zeer uitzonderlijke onvoorziene omstandigheden. Volgens de brief kunnen de opgesomde bijkomende klemmende redenen van humanitaire aard immers vaak, maar niet uitsluitend, in combinatie worden meegewogen en is er in beginsel geen reden om een verblijfsvergunning te verlenen indien geen van de opgesomde omstandigheden zich voordoet. Dit wijst op het hanteren van een minimum van in beginsel één opgesomde bijkomende klemmende reden van humanitaire aard. Dat in de brief in algemene zin is vermeld dat zich bijkomende klemmende redenen van humanitaire aard, in meervoudsvorm, moeten voordoen, heeft gezien de hiervoor cursief weergegeven zinsnede ? die vanuit de tekst van de brief begrepen een nadere invulling van die vermelding in algemene zin inhoudt en daarmee niet op gespannen voet staat ? niet zonder meer de door de minister voorgestane betekenis. Het betoog dat die zinsnede slechts is opgenomen om te voorzien in de situatie dat zich één opgesomde bijkomende klemmende reden van humanitaire aard voordoet in combinatie met één of meer zeer uitzonderlijke onvoorziene omstandigheden, vindt geen steun in de tekst van de brief. Die zinsnede is ook niet noodzakelijk om in die situatie te voorzien ? daarvoor volstaat de vermelding in de brief dat de opsomming niet uitputtend is bedoeld. Gezien het voorgaande en omdat wegingsfactoren in ieder geval van belang kunnen zijn indien zich in een bepaald geval aan de ene kant van de weging één of meer opgesomde bijkomende klemmende redenen van humanitaire aard voordoen en aan de andere kant één of meer contra indicaties, kan voorts het betoog van de minister niet worden gevolgd dat de toekenning van wegingsfactoren zinledig is indien één bijkomende klemmende reden van humanitaire aard al voldoende is voor het verlenen van de verblijfsvergunning. |
| 22-03-2012 | BW0571 | Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd voor zover de Rb. daarbij het beroep gegrond heeft verklaard en het besluit van 9 juli 2010 heeft vernietigd. De Afdeling ziet evenwel, gelet op hetgeen onder 2.3.3. is vermeld, in hoger beroep alsnog aanleiding met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Om die reden is geen plaats meer voor het oordeel van de Rb. voor zover daarbij het besluit van 20 oktober 2009 is herroepen, alsmede is bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in haar uitspraak is overwogen. De aangevallen uitspraak dient dan ook in zoverre te worden vernietigd. |
| 21-03-2012 | BW0013 | VREEMDELINGENBEWARING. MTV-controle. Indicatoren niet vermeld in proces-verbaal.
|
| 19-03-2012 | BW0006 | VREEMDELINGENBEWARING. Terugkeerrichtlijn. Grondslag van de maatregel. De aan de inbewaringstelling ten grondslag gelegde omstandigheden geven op zichzelf noch in onderling verband grond voor het oordeel dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, van de Terugkeerrichtlijn.
|
| 16-03-2012 | BW0010 | TOEZICHT EN VRIJHEIDSONTNEMING. W2-document. De vraag of de vreemdeling in aanmerking komt voor een W2-document staat los van de vraag of zij voor vergunningverlening in aanmerking komt dan wel of zij al dan niet moet terugkeren naar Iran.
|