Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Lexplicatie 5.15a; Wet arbeid en zorg

Auteurs: Drongelen

Jongbloed prijs: € 39,50
Leverbaar Dit boek is leverbaar en op voorraad

Boek | Ingenaaid | 159 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschenen in 2008
ISBN-13: 9789013057690 | ISBN-10: 9013053289 | PDF Inhoudsopgave



Samenvatting

De Wet arbeid en zorg maakt allerlei vormen van verlof mogelijk. Dit moet het mensen gemakkelijker maken betaald werk en zorgtaken te combineren. Na de inwerkingtreding in 2001 bleef het onderwerp op de politieke agenda staan. De wijzigingen volgden in elkaar in rap tempo op. De auteur staat in zijn artikelsgewijs commentaar uitvoerig stil bij de parlementaire geschiedenis van de wet. Ook relevante jurisprudentie komt daarin aan bod. Behalve de Wet arbeid en zorg bevat dit Lexplicatiedeel ook de Invoeringswet arbeid en zorg, de Wet aanpassing arbeidsduur en het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen.

Serie


Rubriek / NUR

Arbeids- & Sociaal recht

Aankomende cursussen omtrent Arbeids- & Sociaal recht:
Datum Titel
09 Feb VSO Fundamenten arbeidsrecht* 0 0 0 0
14 Feb Specialisatieopleiding Arbeidsrecht (leergang 3) 50 0 0 0
02 Apr Actualiteitenmiddag Werkkostenregeling: alle ins en outs over deze regeling 0 0 0 0
03 Apr Masterclass Sociaal Zekerheidsrecht 4 0 0 0
12 Apr Masterclass Procederen in arbeidszaken 8 0 0 0

Juridische kalender

Trefwoorden

De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: 4.210 Nederland, Wet aanpassing arbeidsduur, Jurisprudentie, Wetgeving, Besluit aanpassing arbeidsduur militairen, Invoeringswet arbeid en zorg, Wet arbeid en zorg, Parlementaire geschiedenis

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:


Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
19-07-2011 BR5044 Kort geding. Vordering ex artikel 2 lid 1 van de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA) om dag minder te mogen werken. Van zwaarwegend belang werkgever is niet gebleken. Vordering daarom toegewezen.
06-10-2010 BO0308 Intrekking en terugvordering ZW- en WAZO-uitkering. Appellante had een gefingeerd dienstverband en heeft nooit persoonlijk arbeid verricht voor, dan wel loon ontvangen van het uitzendbureau en appellante was om die reden niet verzekerd voor de sociale verzekeringswetten.
22-09-2010 BN9440 Spreiding uren ex art. 2 lid 6 Wet Aanpassing Arbeidsduur. Belang werkgever: roostertechnische redenen. Feit van algemene bekendheid dat juist op vrijdag werknemers een (halve) snipperdag opnemen. Belang werknemer met betrekking tot oogklachten (nog) niet te beoordelen. Haar belang dat het prettig is om vrijdagmiddag vrij te zijn, weegt niet op tegen belang werkgever. Vordering werknemer afgewezen.
18-08-2010 BO0942 Eiser heeft verzocht, onder verwijzing naar de Wet aanpassing arbeidsduur, om haar werkweek terug te brengen naar 19 uur per week. De Rabobank voert aan dat er een zwaarwegend bedrijfsbelang is om bankmedewerkers te verplichten minimaal 24 uur per week te werken. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de Rabobank niet aannemelijk gemaakt dat de door haar aangevoerde omstandigheden een zwaarwegend bedrijfsbelang opleveren voor weigering van het verzoek van eiser.
03-06-2010 BM8147 Vaststelling WAZO-dagloon. Het ZW-dagloon in overeenstemming met artikel 11 van het Besluit (dagloonregels werknemersverzekeringen) correct is vastgesteld. De Raad onderkent dat toepassing van deze bepaling in het geval van appellante tot een lager loon leidt dan met toepassing van de hoofdregel het geval zou zijn geweest, omdat appellante juist in het laatste aangiftetijdvak vanaf 13 december 2006 onbetaald verlof heeft opgenomen. Als gevolg hiervan is de met deze dagloonbepaling beoogde aansluiting van de uitkering op het door de werkgever door te betalen loon in geval van appellante niet gerealiseerd. Deze omstandigheid levert naar het oordeel van de Raad echter geen grond op om in afwijking van artikel 11 van het Besluit van een langere referteperiode uit te gaan, reeds omdat het Besluit niet in deze mogelijkheid voorziet. Hierbij tekent de Raad aan dat het aan de wetgever en niet aan de Raad is om eventuele onredelijke en niet beoogde effecten van de in het Besluit neergelegde dagloonsystematiek teniet te doen. Onderhavige regelgeving is niet in strijd met het in art. 14 EVRM en art. 26 IVBPR neergelegde discriminatieverbod.