Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Lexplicatie 5.8a; Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst e.a.

Auteurs: Rojer

Jongbloed prijs: ca. € 39,50
Uitverkocht Dit boek is uitverkocht

Boek | Ingenaaid | 272 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 1e editie | Verschijnt in 2008
ISBN-13: 9789013053142 | ISBN-10: 9013051340 | PDF Inhoudsopgave



Nieuwe editie

Er is van dit boek een recentere editie bekend.


Samenvatting

In dit Lexplicatiedeel staan de volgende regelingen centraal:
• Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst;
• Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
• Wet op de loonvorming;
• Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945;
• Wet melding collectief ontslag.

Bij de hoofdregelingen is tevens de overige relevante regelgeving opgenomen. De auteur besteedt in zijn commentaar veel aandacht aan parlementaire geschiedenis en jurisprudentie. Bovendien zijn alle regelingen voorzien van kernbeschrijvingen.

Serie


Rubriek / NUR

Arbeids- & Sociaal recht

Trefwoorden

De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Arbeidsovereenkomst, Arbeidsrecht, Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, Ontslagrecht, Wetgeving, 4.210 Nederland, CAO, Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst, Wet melding collectief ontslag, Parlementaire geschiedenis, Regelgeving, Arbeidsovereenkomstenrecht, Collectief Ontslag, Wet op de loonvorming, Ontslag, Jurisprudentie

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • Beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting 2004
  • Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het aanvragen van algemeen verbindend verklaring
  • Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
  • Conventie no. 87, betreffende de vrijheid tot het oprichten van het vakverenigingsrecht
  • Conventie no. 87, betreffende de vrijheid tot het oprichten van het vakverenigingsrecht (Engelse tekst)
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
14-03-2012 BV9329 Afwijzing aanvraag om een WW-uitkering wegens onwerkbaar weer. Op grond van de Algemeene machtiging tot werktijdverkorting bij onwerkbaar weer of ongunstigen waterstand heeft de werkgever geen ontheffing hoeven vragen toen hij betrokkenen, geheel of grotendeels werkzaam in de binnendienst, in een vorstperiode bij toerbeurt naar huis heeft gestuurd wegens terugloop van werk. In de Algemeene machtiging is geen onderscheid gemaakt tussen een stopzetting van de werkzaamheden als direct of indirect gevolg van vorst. Uit de CAO voor de betonproductenindustrie volgt dat betrokkenen gedurende onwerkbaar weer in de winter jegens hun werkgever geen aanspraak hebben op doorbetaling van het loon. Ook in de CAO is bij de afwijking van artikel 7:628, eerste lid, van het BW geen verschil gemaakt tussen het niet verrichten van de overeengekomen arbeid als direct of indirect gevolg van vorst. Het karakter van de specifieke regeling voor werkloosheid als gevolg van buitengewone natuurlijke omstandigheden brengt mee dat de woorden ?uitsluitend als gevolg van? in artikel 18 van de WW restrictief moeten worden uitgelegd. Aan de voorwaarde dat een werknemer uitsluitend als gevolg van vorst werkloos is, zal zijn voldaan indien het hem door vorst boven of in de grond geheel of nagenoeg geheel onmogelijk is om zijn werkzaamheden te verrichten en wel zolang die vorsttoestand voortduurt. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 18 kan niet worden opgemaakt dat met de woorden ?uitsluitend als gevolg van? alleen is beoogd duidelijk te maken dat dit artikel niet geldt voor de situatie waarin werkloosheid wegens ontslag samenloopt met werkloosheid wegens onwerkbaar weer en dat werkloosheid door een niet rechtstreeks gevolg van vorst wel recht geeft op een WW-uitkering onder de bijzondere condities van dat artikel. Vernietiging aangevallen uitspraak, voor zover daarbij is bepaald dat appellant opnieuw beslist op de bezwaren van betrokkenen.
08-03-2012 BV8224 Kort geding. Stakingszaak. FNV Bondgenoten heeft niet de zorgvuldigheid betracht die in dit specifieke geval, gelet op de maatschappelijke belangen die betrokken zijn bij de continuïteit van het betalingsverkeer, van haar verwacht mocht worden. Om die reden zijn de aangekondigde stakingen en werkonderbrekingen op dit moment, en onder deze omstandigheden, als onrechtmatig te beschouwen. De voorzieningenrechter verbiedt de aangekondigde stakingsactie.
24-02-2012 BU8512 Arbeidsrecht. Opzegging zonder toestemming als bedoeld in art. 6 BBA. Toepasselijkheid (art. 6 en 9) BBA hangt, zoals beslist in HR 23 oktober 1987, LJN AD0017, NJ 1988/842, af van mate van betrokkenheid sociaal-economische verhoudingen in Nederland en belangen Nederlandse arbeidsmarkt bij de arbeidsovereenkomst en het ontslag. Sinds wijziging art. 6 BBA bij Wet van 14 mei 1998 (Stb. 1998, 300) staat bescherming werknemer tegen sociaal ongerechtvaardigd ontslag nog meer op de voorgrond door vervallen van vergunningsplicht voor ontslagneming door werknemer. Oordeel hof dat doel BBA om een aan de werknemer toekomende vorm van bescherming tegen (sociaal) ongerechtvaardigd ontslag te bieden de nadruk verdient, is juist. Oordeel dat toepasselijkheid art. 6 en 9 BBA in onderhavig geval gerechtvaardigd is, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting.
14-02-2012 BV6150 (geen) kennelijk onredelijke opzegging ex artikel 7:681 BW. . . . . .
08-02-2012 BV7759 Arbeidszaak. Loonvordering. Noch de pay-roll-overeenkomst noch de CAO voor medewerkers van pay-roll-ondernemingen leidt ertoe dat de pay-roll-werkgever bij niet-beschikbaarheid van werk de werknemer niet het loon behoeft te betalen. Daarvoor is redengevend dat het zonder ontheffing van de minister van sociale zaken niet is toegestaan om eenzijdig de werktijd te verkorten, waarvan in dit geval feitelijk sprake is.